Stereotypieën tijdens de jeugd: wat je moet weten

30 juni 2019
Stereotypieën tijdens de jeugd komen vaak voor voordat het kind twee jaar oud is. Het komt vaker voor bij jongens dan meisjes.

Stereotypieën zijn in feite repetitieve bewegingen die zich in de kindertijd manifesteren. Dit kunnen onder andere eenvoudige bewegingen zijn zoals wiegen, het hoofd schudden en wapperen en zwaaien met de armen.

Stereotypieën komen voor bij kinderen die zich verder normaal ontwikkelen. Daarom is het niet nodig om je je er zorgen om te maken.

Het is een motorische stoornis die zich voordoet tijdens de kindertijd en zich uit door herhalende, doelloze bewegingen. In feite komen stereotypieën tijdens de kindertijd voor tussen twee en vijf-jarige leeftijd, hoewel ze soms helaas aan blijven houden tijdens de adolescentie.

  • Stereotypieën zijn episodes van een herhalende beweging en komen over het algemeen vaker voor bij jongens dan bij meisjes.
  • Ze veroorzaken geen hersenschade.
  • Het is onbekend wat de oorzaak is en waarom het wel bij sommige kinderen voorkomt en niet bij andere kinderen.
  • Over het algemeen heeft het kind controle over dit herhaalde, doelloze gedrag. Ook kunnen stereotypieën een paar seconden tot een paar uur duren en komen ze meerdere keren per dag voor.

Deze conditie verandert vaak niet terwijl het kind zich ontwikkelt en kan zonder behandeling minder worden naarmate het kind ouder wordt. De bewegingen gebeuren vaak tijdens een autoreis, het eten of televisie kijken.

De symptomen van stereotypieën tijdens de kindertijd

Herhaalde doelloze bewegingen

Stereotypieën zijn een beweging, houding of herhaalde uitdrukking. Het zijn vaak simpele bewegingen zoals het wiegen van het lichaam of complexere bewegingen zoals het kruizen van de benen of het aaien van het lichaam. Het gedrag kan erg vreemd zijn.

Deze herhaalde, doelloze bewegingen komen vaak voor bij jonge kinderen, maar zijn geen teken van een serieuze bewegingsstoornis. Complexe bewegingen zijn echter minder gebruikelijk en komen maar bij 3 tot 4% van de kinderen voor.

Daarom zijn de bewegingen erg gevarieerd en kunnen ze op verschillende manieren uiten bij een kind. Verveling, stress, enthousiasme of vermoeidheid kunnen deze bewegingen erger maken. Sommige kinderen kunnen stoppen met deze bewegingen wanneer de aandacht op hun gericht is of wanneer ze afgeleid worden. Anderen kunnen ze echter niet onder controle houden.

Vaak hebben kinderen met autisme ook stereotypieën. Daarnaast zie je motorische stereotypieën vaak bij mensen met verstandelijke handicaps en neurologische aandoeningen. Ze kunnen echter ook gewoon voorkomen bij kinderen die zich normaal ontwikkelen.

Wat je kan doen tegen stereotypieën bij kinderen

Deze bewegingen zie je vaak al in de eerste 3 levensjaren van je kind. Hoewel de oorzaak onbekend is, zijn er een aantal factoren die een verband hebben met de ontwikkeling van deze stoornis. Daarnaast is er medicatie die deze bewegingen kan triggeren. Dit stopt echter wel wanneer de patiënt deze medicatie niet meer gebruikt.

Kinderen met milde stereotypieën krijgen vaak geen medicijnen, omdat de bijwerkingen zwaarder wegen dan de voordelen. Een vroege diagnose en behandeling zorgen voor betere resultaten.

Stereotypieën komen voor bij jonge kinderen

Conclusie

Zoals je hebt gezien komen motorische stereotypieën voor bij jonge kinderen en ze kunnen blijven aanhouden tot de puberteit. Ze kunnen echter behandeld worden met gedragstherapie en medicijnen.

Onthoud dat veel kinderen goed reageren op zelfhulp en geen specifieke behandeling nodig hebben omdat stereotypieën vaak vanzelf weg gaan.

Als de stereotypieën van je kind echter invloed heeft op zijn of haar cijfers, relaties met vrienden of het dagelijkse leven is het wel nodig om de symptomen te verminderen met een behandeling.

  • Mahone, E. M., Bridges, D., Prahme, C., & Singer, H. S. (2004, September). Repetitive arm and hand movements (complex motor stereotypies) in children. Journal of Pediatrics. https://doi.org/10.1016/j.jpeds.2004.06.014
  • Militerni, R., Bravaccio, C., Falco, C., Fico, C., & Palermo, M. T. (2002). Repetitive behaviors in autistic disorder. European Child and Adolescent Psychiatry, 11(5), 210–218. https://doi.org/10.1007/s00787-002-0279-x
  • Mahone, E. M., Ryan, M., Ferenc, L., Morris-Berry, C., & Singer, H. S. (2014). Neuropsychological function in children with primary complex motor stereotypies. Developmental Medicine and Child Neurology, 56(10), 1001–1008. https://doi.org/10.1111/dmcn.12480
  • Muthugovindan, D., & Singer, H. (2009, April). Motor stereotypy disorders. Current Opinion in Neurology. https://doi.org/10.1097/WCO.0b013e328326f6c8