Dingen die ouders niet moeten zeggen of doen waar kinderen bij zijn

· 6 juni 2018

De meeste kinderen imiteren wat hun ouders zeggen en doen. Daarom moeten we op ons eigen gedrag letten en weten wat we wel en niet zouden moeten zeggen waar kinderen bij zijn.

Informatie hoeft niet direct aan iemand doorgegeven te worden om hen te beïnvloeden. Door gewoon aanwezig te zijn kunnen kinderen veel meer begrijpen en oppikken dan we denken.

Ze zullen leren door alles te zien wat wij doen en dit zal beïnvloeden hoe ze zich in de toekomst zullen gedragen. Daarom moeten we bepaald gedrag en problemen vermijden totdat ze de context beter kunnen begrijpen.

Waarom moeten we bepaalde problemen niet bespreken waar kinderen bij zijn?

Als ze heel klein zijn, interpreteren kinderen de wereld vanuit een heel uniek perspectief. Ze begrijpen en absorberen veel meer dan we denken, maar ze nemen alles ook heel letterlijk. 

Zelfs als ze een algemeen concept begrijpen, snappen ze de nuances, uitdrukkingen en metaforen die we gebruiken niet. Bijvoorbeeld, als we zeggen dat een buurvrouw kraaienpootjes heeft, moeten we niet verrast zijn als een kind denkt dat haar benen eruitzien als die van een vogel.

Ook begrijpen ze ironie, sarcasme en dubbele betekenissen niet. Ze begrijpen ook niet dat we iets uit boosheid kunnen zeggen waar we later spijt van hebben. Al deze nuances die kinderen nog niet kunnen begrijpen gaan in hun verbeelding werken.

Omdat ze het beste non-verbale taal begrijpen, daarmee bedoelen we lichaamstaal, kunnen ze wel de emotie van een situatie begrijpen. Vervolgens worden de details die ze nog niet begrijpen vervangen door een emotionele lading.

Zonder ervan bewust te zijn, brengen we veel informatie over op onze kinderen. Dit kan een verwarrende en emotionele last zijn voor de kleintjes.

Dit kan verschillende problemen vormen. We hebben niet alleen over mogelijke schaamte omdat onze kinderen bijvoorbeeld roddels verspreiden. Meer zorgelijk zijn de situaties waarin kinderen zich verward of verdeeld voelen zonder dat ze begrijpen waarom.

Roddelen waar kinderen bij zijn

Een illustratief voorbeeld

Stel je de volgende situatie voor: je had een discussie met je eigen ouders en nu ben je je hart aan het luchten bij je partner. Je kind is aanwezig en begrijpt dat je boos bent met zijn grootouders, van wie hij heel veel houdt.

Hoe zal hij zich voelen? Volgens zijn belevenis verschijnt er boosheid als er iemand iets verkeerd heeft gedaan. Zijn de grootouders dan verkeerd? Hoe moeten ze behandeld worden? Wat gaat er gebeuren? Wat kan hij eraan doen?

Op dezelfde manier kan er verwarring veroorzaakt worden bij verschillende situaties. Zonder het te beseffen bespreken we misschien onderwerpen waar kinderen bij zijn, die ze nog niet begrijpen en verkeerd interpreteren. Bijvoorbeeld relaties, vriendschappen, school en ‘volwassen problemen’ kunnen leiden tot verwarrende emoties.

We moeten opletten wat we zeggen waar kinderen bij zijn, maar zonder dat het ons belemmerd om met ze te communiceren.

Een aantal problemen waar we niet over moeten praten waar kinderen bij zijn

Hier hebben we een lijst met onderwerpen die we moeten vermijden als we praten waar kinderen bij zijn.

  • Negatief over andere mensen praten. Dit gaat ook over algemeen roddelen. Kinderen, vooral de jongsten, begrijpen deze privé opmerkingen niet, en onze rol erin ook niet. Zoals we eerder beschreven, kunnen kinderen zich hierdoor verward, verdeeld en zelfs schuldig voelen.
  • ‘Volwassen’ zorgen. Geld, tijd, eten… We moeten niet al onze zorgen aan onze kinderen overbrengen. Als ze groter zijn kunnen we deze situaties uitleggen, maar altijd op een manier die ze kunnen begrijpen.
  • Over de kinderen praten alsof ze er niet bij zijn. Ze labelen en opmerkingen maken over hun uiterlijk or intellect, vooral als het negatief is, kan complexen veroorzaken.
Niet over praten waar kinderen bij zijn

We moeten ook rekening houden met de toon die we gebruiken of de houding die we laten zien. Bijvoorbeeld schreeuwen, ook al is het niet op de kinderen gericht of dient het alleen als uitlaatklep, zal kinderen enkel bang en verward maken.

We moeten ook vermijden om te liegen, want kinderen wennen aan het uit de weg gaan van de waarheid als het hen uitkomt.

Hoe beheersen we wat we zeggen?

We zullen niet altijd in staat zijn om onszelf te beheersen. Daarom is het zeer belangrijk dat we de situatie uitleggen aan onze kinderen en hun verwarring verminderen.

Oplettend zijn als we praten waar kinderen bij zijn betekent niet dat we alle communicatie moeten afsluiten in hun aanwezigheid. Dat zou eigenlijk nog slechter zijn voor ze, omdat ze dan denken dat ze je lastigvallen of dat je niet bij ze wilt zijn.

Wat we moeten doen is een beetje nadenken en onszelf in hun schoenen verplaatsen.

Een goede manier om te bedenken wat we zeggen is doen alsof we opgenomen worden voordat we praten. Denk goed na over je woorden, houding en het beeld dat je geeft waar kinderen bij zijn. 

We moeten ook bedenken of hetgeen we zeggen of overbrengen hen kan verwarren. Daarmee bedoelen we, probeer te begrijpen hoe het hen kan beïnvloeden.

Tenslotte is het raadzaam om duidelijke en directe taal te gebruiken waar kinderen bij zijn. Op een jonge leeftijd begrijpen kinderen nog geen metaforen en woordenspelingen.