Hoe kunnen onze kinderen ons zo gelukkig laten voelen?

22 december, 2018
Of je nu zelf een kind op deze wereld zet of dat je een kindje adopteert, de intense gevoelens bij alle ouders zijn hetzelfde.

Voordat je je baby kon zien, of zelfs aan kon raken, hield je al van haar. Onze kinderen kwamen voor in al je dromen voordat ze nog maar een woord konden zeggen. Zelfs toen ze alleen maar sliep was ze al het mooiste en meest perfecte wezen in de wereld. Hoe kan iemand die zo klein en breekbaar is in staat zijn om ons zo groot te laten voelen?

Dat is zonder twijfel een van de grootste mysteries van het ouderschap. En het antwoord op die vraag kan niet met woorden worden uitgelegd. Geen boek of opvoedingstheorie kan een gepast antwoord geven.

Zelfs wanneer we onze kinderen niet zelf dragen, maar ze in ons leven komen dankzij adoptie, houden we van ze in dezelfde mate. Ook als ze niet dezelfde genen als ons hebben, houden we van onze kinderen omdat ze van ons zijn. Het zijn kinderen die in ons hart zitten, dat is iets dat adoptieouders heel goed begrijpen.

Natuurlijk is er altijd wel iemand die ons graag wil herinneren aan de wetenschap achter deze explosie van emoties, dromen en zelfs zorgen over deze kleine en perfecte wezentjes.

Ze zijn een duidelijk resultaat van bepaalde biologische processen gereguleerd door oxytocine, het hormoon van het moederschap. Dit hormoon bereid ons voor op de behoeften van onze pasgeboren baby’s.

Maar als we het hebben over deze perfecte en onuitputtelijke liefde is een simpele biologische verklaring niet genoeg. We houden van onze kinderen op dezelfde manier als we ademhalen.

Ze maken deel uit van ons, een verlengstuk van ons hart en er is een denkbeeldige navelstreng die ons verbindt voor het leven. Voor ons zijn onze kinderen het beeld van perfectie en het middelpunt van ons universum waar we altijd respectvol voor zullen zijn.

Het nieuwe leven in onze armen vasthouden

Deze magische, onbreekbare en essentiële band tussen een pasgeboren kind en zijn ouders wordt vaak genegeerd daar waar alles in het teken staat van het moederschap. Soms vergeten we zelfs dat het hebben van kinderen een taak is voor twee personen.

We hebben de neiging om de diepe gevoelens die mannen hebben wanneer ze hun pasgeboren zoon of dochter voor het eerst vasthouden over het hoofd te zien. Dit is ook een onvergetelijk en bovenaards moment voor vaders.

Onze kinderen zijn een product van onze geschiedenis

Onze kinderen zijn een product van onze geschiedenis

Het krijgen van een kind is het resultaat van een proces dat ons definieert en identificeert. Wanneer een vrouw aan het bevallen is in de verloskamer maakt ze een van de meest bijzondere momenten van haar leven mee.

Maar alles wat ons hiernaartoe geleid heeft vormt echter ook een belangrijke erfenis. Deze eerdere ervaringen definiëren de moeder, de vader en later het kind zelf.

  • Het is goed mogelijk dat een koppel problemen heeft gehad in het proces om zwanger te raken. Wat zij meemaken als de baby geboren wordt is erg intens, overweldigend en betekenisvol.
  • Ook worden er elke dag veel “regenboog baby’s” geboren. Hun ouders dragen het verdriet van het verlies van een ander kind in hun hart die zij voor altijd zullen onthouden en koesteren. Deze herinnering zorgt ervoor dat zij een nieuwe geboorte op een andere en intensere manier meemaken.
  • Premature geboorte is ook een situatie dat een grote invloed heeft op de manier dat de ouders de geboorte meemaken. Angst, emotie en lijden komen bij de eerste dagen van de baby zijn leven kijken terwijl hij vecht voor zijn leven. Ouders van premature baby’s hebben veel verschillende emoties, angst en hoop dansen beide in hun hart.

Zo klein, maar toch vulde jij me met licht

Onze kinderen vulden ons met licht

Zwangere moeders kunnen al in de 7de of 8ste week van hun zwangerschap de baby voelen bewegen. Ervaren moeders kunnen dit zelfs al eerder meemaken.

Wanneer een moeder de beweging voelt van haar ongeboren kind, licht er iets in haar op. Er ontstaan nieuwe emoties.

Het is het moment waarop ze er volledig van bewust raakt dat ze een nieuw leven in haar draagt. Bijna zonder het te weten ontstaat er een intens, eindeloos en onmeetbare liefde waar we geen controle over hebben.

We laten deze liefde stromen en ons meedragen. De bewegingen worden intenser naar mate de weken en maanden voorbij gaan. We dromen over het gezicht van ons kind, bedenken hoe haar stem zal klinken en zien haar lach voor ons. Samen met onze partner vragen we ons af op wie ze zal lijken.

Alle ouders dromen met dezelfde intensiteit

Aan de andere kant zijn er ook veel mannen en vrouwen die voor adoptie hebben gekozen om hun wens om ouder te worden te vervullen. Ook zij dromen van dat dit kind dat op een dag een deel van hun zal zijn.

Zij maken dit proces op een andere manier mee. Maar ook zij dromen, fantaseren en plannen met dezelfde intensiteit als elke andere ouder.

Onze kinderen zijn een product van onze geschiedenis

Wanneer we eenmaal dat speciale nieuwe leven in onze armen vasthouden, kunnen we ons kind alleen maar knuffelen met delicate kracht en het ons eigen maken.

We voelen zijn essentie, de kracht van zijn hart, de warmte van zijn huid en de intensiteit waarmee hij ons nodig heeft. Nu begint voor ons de belangrijkste taak die er is: ouderschap.

Voelen is leven. En zoals we eerder gezegd hebben, woorden kunnen de intensiteit van de liefde en het geluk niet beschrijven die bij het ouderschap komen kijken. Elk moment dat met onze kinderen wordt gedeeld is een ervaring die niet met woorden te beschrijven is.

  • Bowlby, J. (1986). Vínculos afectivos: formación, desarrollo y pérdida. Madrid: Morata.
  • Bowlby, J. (1995). Teoría del apego. Lebovici, Weil-HalpernF.
  • Garrido-Rojas, L. (2006). Apego, emoción y regulación emocional. Implicaciones para la salud. Revista latinoamericana de psicología, 38(3), 493-507. https://www.redalyc.org/pdf/805/80538304.pdf
  • Marrone, M., Diamond, N., Juri, L., & Bleichmar, H. (2001). La teoría del apego: un enfoque actual. Madrid: Psimática.
  • Moneta, M. (2003). El Apego. Aspectos clínicos y psicobiológicos de la díada madre-hijo. Santiago: Cuatro Vientos