Wat is ‘Mamitis’ en hoe ga je ermee om?

· 22 februari 2019
Het antwoord op hoe ermee om te gaan is eenvoudig: met geduld en veel gezond verstand.

Wanneer je kind een jaar of twee oud is, wil hij waarschijnlijk niet bij je weg, nog niet voor een minuutje. Elke keer als je eventjes weg moet, wordt het een drama. Als je deze situatie herkent, doorloopt je baby een fase die ‘mamitis’ wordt genoemd in het Spaans. Weet je wat het is?

Wat is mamitis?

We kunnen stellen dat een kind mamitis heeft als hij voldoende lichamelijke autonomie heeft om zich te kunnen verplaatsen, maar hij toch constant naar zijn moeder zoekt. Hij kan het namelijk niet aan van haar gescheiden te zijn.

Hij heeft deze scheidingsangst, ook al kan hij bij andere mensen blijven die hij vertrouwt.

Baby’s kunnen natuurlijk niet voor zichzelf zorgen en ze hebben de bescherming van hun ouders nodig, vooral in de eerste paar maanden. Moeders worden de wereld van hun baby, de persoon aan wie ze zich het meest hechten.

Maar naarmate de baby groeit en zich nieuwe vaardigheden eigen maakt, zou hij minder hulp nodig moeten hebben en zelfstandiger moeten worden.

Moeders worden de wereld van hun baby

Wanneer treedt ‘mamitis’ op?

Het hoogtepunt van deze scheidingsangst is meestal tussen de 10 en 18 maanden. Tijdens deze fase worden kinderen meer zelfbewust en autonoom.

Dit betekent dat ze al kunnen lopen, rennen en zich verplaatsen. Hun hoofddoel is om de wereld om hen heen te verkennen, maar dan wel altijd vergezeld door hun moeder.

De volgende fase komt iets later, tussen de 2 – 3 jaar om precies te zijn. Peuters beginnen dan te communiceren, zowel met hun wereld als met de mensen die erin leven. Dit houdt in dat ze veel nieuwe mensen ontmoeten. Zolang hun moeder in de buurt is om hen veiligheid te bieden, zullen ze zich op hun gemak voelen.

Tenslotte komen we in de derde fase van ‘mamitis’, tussen  de 4 – 5  jaar. Tijdens deze fase willen ze absoluut alles met mama doen. Winkelen met mama, koken met mama … het is een soort van ‘verliefdheid’ op mama.

Psychoanalytische theorieën noemen het fenomeen ‘mamitis’.

Naast deze fasen van ‘mamitis’ die alle kinderen doormaken, zijn er bepaalde momenten waarop ze een terugval kunnen ervaren terwijl ze de scheidingsagst eigenlijk al achter de rug hebben,

Dit gebeurt op momenten van onzekerheid waarin ze zich aan hun moeder vastklampen om te proberen hun interne stabiliteit te herstellen.

Er zijn veel factoren die tot situaties van overmatige gehechtheid kunnen leiden. Sommige zijn te wijten aan de groeicyclus die ze doormaken; andere zijn om externe redenen zoals ziekte of jaloezie over de komst van een nieuw broertje of zusje. Het goede nieuws is dat dit meestal tijdelijk is en het gemakkelijk op te lossen is.

Hoe kunnen we het beste met acute ‘mamitis’ omgaan?

Het antwoord is eenvoudig: met geduld en veel gezond verstand.

We moeten het kind helpen zijn zelfvertrouwen terug te krijgen. Alleen zo kan hij zich op zijn gemak voelen bij anderen.

Het is ook erg belangrijk dat hij leert alleen te zijn met papa of opa en oma. We moeten hem dus tijd gunnen om bij andere mensen te zijn. Eerst kunnen ze gewoon leuke dingen doen, zoals spelen of voorlezen. Na een paar dagen zullen ze zich dermate op hun gemak voelen dat ze zich ook goed voelen bij gewone routine-activiteiten.

De beste manier om je kind op jonge leeftijd een zekere onafhankelijkheid te leren, is door spel. We kunnen met onze kinderen spelen met gekleurde ballen, puzzels of iets anders waarvan we weten dat ze het leuk vinden. Als ze zich vermaken, kunnen we opstaan en een stapje acteruit doen. Later kunnen we nog wat stapjes verder naar achter lopen.

De hele tijd moeten we met ze blijven praten, zodat ze weten dat we nog steeds in de buurt zijn. Het is gewoon een kwestie van liefde en veel geduld.

We kunnen met onze kinderen spelen

Wat we nooit moeten doen …

In deze fase lijden de vaders ook. Het is moeilijk voor hen dat het kind alleen bij zijn moeder wil zijn. We moeten begrijpen dat op deze leeftijd de kleintjes zich er nog niet van bewust zijn dat ze papa’s gevoelens kwetsen wanneer ze weigeren om bij hem te blijven.

Baby’s en kleine kinderen zijn nog niet empatisch. Dat betekent dat ze zich nog niet in een ander kunnenverplaatsen. Alleen, met mama is gewoon alles eenvoudiger.

We moeten niet denken dat onze kinderen andere mensen bewust afwijzen wanneer ze door deze fasen gaan. Het is evenwel belangrijk begripvol te zijn naar familieleden, grootmoeders en grootvaders die zich misschien gekwetst voelen door de situatie.

Tot slot moeten we over één ding duidelijk zijn.  Een sterke, fijne en affectieve band tussen moeder en kind bevordert de optimale ontwikkeling van het kind voor de rest van zijn leven.