De theorie van schoolorganisatie en de kenmerken

23 juli, 2020
Om te begrijpen hoe scholen werken, moet je de theorie van schoolorganisaties kennen. In dit artikel zullen we het hebben over de belangrijkste kenmerken.

Eerst leggen we uit wat we met organisatie in het algemeen bedoelen. En dan zullen we specifiek praten over wat de theorie van schoolorganisatie inhoudt, samen met de kenmerken ervan.

Wat betekent organisatie?

Volgens Van Dale betekent organisatie ‘de manier waarop de verschillende delen tot een systematisch geheel in elkaar zijn gezet’.

Een organisatie is een groep mensen die voor een reden bij elkaar komen. Ze hebben ook een gezamenlijk doel. Ze communiceren met elkaar en voeren zowel alleen als gezamenlijk activiteiten uit.

Sommige organisaties zijn vrij spontaan, terwijl andere formeler zijn. Dat wil zeggen, sommige zijn expliciet en formeel, en andere zijn minder formeel met welomschreven doelstellingen. Scholen bouwen ook een structuur op gestelde doelen, met concrete activiteiten en vastgestelde procedures.

De theorie van schoolorganisatie

Als het gaat om de theorie van schoolorganisatie, bedoelen we een onderwijsinstelling, een formele organisatie met een vaste structuur die specifieke taken en activiteiten uitvoert. Bovendien zijn er veel verschillende routes die ze kunnen nemen.

Schoolorganisatie op papier

De studie van scholen, hun elementen en processen die erin plaatsvinden, vormen de basis van de theorie van schoolorganisatie. Vervolgens beslissen ze hoe ze ze allemaal gebruiken.

Kenmerken van de theorie van schoolorganisatie

Er zijn veel soorten schoolorganisaties. Ze zijn het er echter allemaal over eens dat het op wetenschap is gebaseerd. Daarbij gebruiken ze allemaal theorieën uit de zakenwereld. Vervolgens passen ze ze toe op scholen.

Daarom is de theorie van de schoolorganisatie gebaseerd op het feit dat scholen een leerplek zijn. Ze bedenken hoe de verschillende onderdelen van een school samen moeten werken.

De theorie is dus niet alleen beperkt tot de organisatie zelf. In feite wordt ook onderzocht hoe het beter gemaakt kan worden en dus beter kan werken.

De verschillende onderdelen waaruit scholen bestaan, zijn zowel mensen als materiële bronnen, bestuurders en wetgevers. Ze moeten allemaal samenwerken om de leerlingen te helpen. Er zijn verschillende theorieën. Afhankelijk van waar ze zich op willen richten, zullen ze meer of minder nadruk leggen op bepaalde aspecten.

Verschillende theorieën over schoolorganisatie

Existentialistische theorieën

Het uitgangspunt hiervan is het beantwoorden van de vraag naar het bestaan ​​van schoolorganisaties.

  • Geen organisatie. In deze groep is er het idee dat er binnen de school geen regels mogen zijn. De schoolinstellingen werken dus geheel impulsief.
  • Flexibele organisatie. Ze moeten een balans kunnen vinden tussen regels en plezier.
  • Formele organisatie. Deze scholen zijn van mening dat regels en autoriteit fundamenteel zijn voor functionele scholen.

Klassieke theorieën

Ze zijn van mening dat scholen een mechanische structuur zijn waarin de mensen abstracte stukken zijn. Samen laten ze vervolgens het proces werken.

  • Theorie van fysiologische organisatie. Dit is gebaseerd op een Tayloristisch model van arbeidsverdeling en effectiviteit. Ze geloven namelijk dat de school vooral succesvol en productief moet zijn.
  • Theorie van de departementalisatie. Dit suggereert de “verdeel en heers”-methode. Ze verdelen vervolgens taken op basis van de vaardigheden die mensen hebben om ze te vervullen.

Nieuwe theorieën

Nieuwe theorieën richten zich meer op de menselijke factor en daardoor ook op hoe mensen zich voelen. Ze denken dus na over hoe iedereen zich voelt tijdens het werk en activiteiten.

  • Model van Elton Mayo. Menselijke relaties hebben direct invloed op de organisaties.
  • Merton-model. Organisaties zijn succesvol omdat mensen zich tijdens het werken en leren gedragen zoals het hoort.
  • Selznick model. Deze benadrukt het belang dat iedereen zich verantwoordelijkheid gedraagt.
Kinderen in een bibliotheek

  • Het Gouldner-model. Het is belangrijk om algemene regels te hebben om minder problemen te hebben. Deze regels zijn ook onpersoonlijk.
  • Interpretatieve theorie. In deze theorie is het belangrijk om subjectieve waarden en overtuigingen te hebben.
  • Politieke theorie. Deze stelt dat de politieke groepen en ideeën van individuen de organisaties definiëren.

Conclusies

Tot slot willen we zeggen dat de theorie van schoolorganisatie de belangrijkste elementen uit de verschillende benaderingen moet nemen, zodat het ons helpt om scholen met al hun complexiteit te begrijpen. Kortom, en zoals de theorieën suggereren, zouden scholen mensen als een fundamenteel element moeten beschouwen.