De gevaren van langdurig gebruik van flessen en fopspenen

Er zijn verschillende gevaren verbonden aan langdurig gebruik van flessen en fopspenen bij kinderen. Lees verder en kom meer te weten.
De gevaren van langdurig gebruik van flessen en fopspenen

Laatste update: 23 december, 2021

Wist je dat het langdurig gebruik van flessen en fopspenen na de aanbevolen leeftijden schadelijk kan zijn voor je baby? Hoewel deze producten op zichzelf niet schadelijk zijn, is het langdurig gebruik ervan dat wel.

Zowel de fles als de fopspeen zijn goede bondgenoten in de opvoeding van sommige kinderen. Ze hebben de neiging een onvermijdelijk deel van de dagelijkse routine te worden. Maar het is belangrijk ze goed te gebruiken. Dit om het ontstaan van bepaalde mondproblemen te voorkomen. We vertellen je er daarom hieronder meer over.

De werking van flessen en fopspenen in de mond

Het gebruik van kunstmatige spenen bij baby’s, of het nu van flessen of van fopspenen is, is iets wat vrij ingeburgerd en gebruikelijk is. Desondanks zijn niet alle ouders zich bewust van de voordelen ervan of van de mogelijke schade aan de mond van hun kleintjes.

Omdat de speen in de mondholte van de baby zit, brengt hij de zuigbewegingen op gang. Deze actie kan voedend zijn, bij het voeden. Of niet voedend, wanneer het gebruikt wordt voor ontspanningsdoeleinden en zelfs ter voorkoming van wiegendood.

Dit product werd ontworpen om de kenmerken van de moedertepel na te bootsen, die zich perfect aan de mond van het kind aanpast. Het zuigmechanisme van de borst en de tepels is echter iets anders.

Bij de moederborst moet de baby enige kracht en bewegingen met de mond uitoefenen om de moedermelk vrij te laten komen. Dit bevordert vervolgens de voeding, de groei en de juiste ontwikkeling van de orofaciale structuren.

Als de baby daarentegen met een fles gevoed wordt, is het proces veel eenvoudiger. Hij hoeft namelijk niet zoveel moeite te doen om het voedsel te bemachtigen. Op de lange duur kan dit leiden tot hypotonie van de lippen en tong.

Wat het aanbieden van de fopspeen betreft, is het beter dit niet te doen tot de borstvoeding goed op gang is gekomen. Kinderen die dit element niet gebruiken vinden andere manieren om zich te kalmeren. Denk bijvoorbeeld aan niet-voedzaam zuigen aan de borst, op de hand, of op de tong zelf.

De gevaren van langdurig gebruik van flessen en fopspenen

Veranderingen in het zuigen

Naarmate de baby groeit, evolueert en verandert zijn voeding. Rond 6 maanden verdwijnt de zuigreflex en is het eten al een aangeleerde en vrijwillige handeling. In deze tijd speelt de opname van vast voedsel een fundamentele rol bij het veranderen van de manier waarop een kind slikt.

Daarom wordt tot 12 maanden het gebruik van een fopspeen en een fles aanbevolen. Maar na die leeftijd is het tijd om ze weg te doen en over te gaan op drinken uit een beker.

De gevaren van langdurig gebruik van flessen en fopspenen

Het niet tijdig wegdoen van flessen en fopspenen brengt men in verband met het ontstaan van bepaalde gevaren en negatieve effecten in de mond van kinderen. Hieronder noemen we de meest voorkomende gevolgen van hun langdurig gebruik.

1. Mondmisvormingen

Dit is een van de meest voorkomende gevaren. Dat komt omdat de aanwezigheid van de speen tussen de tanden, het voortduren van het zuigen en de gebrekkige ontwikkeling van adequaat slikken de juiste ontwikkeling (Spaanse link) van de orofaciale structuren beperken.

Onvoldoende groei van de kaken leidt vervolgens tot smallere tandbogen en diepere gehemeltes. Dit geeft op zijn beurt aanleiding tot occlusieproblemen en gebitsmisposities, zoals die hieronder beschreven worden:

  • Open beet: Dit is de ontwikkeling van een smalle bovenkaak, waarvan de tanden geen contact maken met de onderste. De bovenste snijtanden steken naar buiten uit en er is een ruimte tussen de twee bogen die de occlusie niet voltooit.
  • Crossbite: Door een verkeerde ontwikkeling bijten de tandbogen tegengesteld aan wat normaal is. De onderste gebitselementen blijven buiten de bovenste en veroorzaken bij het kind esthetische, fonetische, kauw- en spijsverteringsongemakken.
  • Veranderingen in het temporomandibulaire gewricht (TMJ): De gevaren van problemen in dit gewricht, zoals dislocaties of bruxisme, worden vergroot door het langdurig gebruik van flessen en fopspenen.
  • Gebitsmisposities: Langdurig zuigen leidt ertoe dat de tong tegen de tanden duwt en ze aanmoedigt scheef uit de mond te komen of van hun plaats te verschuiven.

In deze gevallen zijn orthopedische en orthodontische behandelingen tijdens de kinderjaren meestal nodig om deze malocclusies om te keren en te behandelen.

2. Tandbederf door langdurig gebruik van flessen en fopspenen

Een baby laten slapen met de zuigfles in de mond of de fopspeen nat maken met zoete stoffen bevordert het ontstaan van gaatjes bij jonge kinderen. Dit is een zeer agressieve vorm van deze aandoening. Het vernietigt namelijk snel de melktanden.

Tandbederf ontstaat door het blijvende contact van suiker (uit melk of andere dranken) met de tandoppervlakken. Als er ook andere zoetstoffen aan toegevoegd worden, is het probleem nog veel groter.

3. Problemen met het zachte weefsel

Een ander gevaar van langdurig gebruik van flessen en fopspenen is de verandering van de orofaciale spieren.

Wanneer bewegingen worden uitgevoerd die niet geschikt zijn voor de leeftijd van het kind en tegelijk bewegingen worden beperkt die dat wel zijn, ontstaat er een onevenwicht in de structuren van het gezicht. Deze veranderingen uiten zich door misvormingen, pijn, of een aantal van de volgende symptomen:

  • Eversie van de onderlip: Deze structuur valt naar buiten. Hij heeft namelijk niet de juiste afstemming en veroorzaakt problemen bij het articuleren van de fonemen.
  • Hypotonie van de tong: Een zwakke tong, zonder kracht, met een lage spiertonus, en weinig beweeglijkheid brengt complicaties bij het hanteren van voedsel in de mond, het slikken, en het articuleren van woorden.

4. Verandering van functies

Door de misvormingen en onevenwichtigheden die optreden, kunnen verschillende functies van de mond aangetast worden. Daaronder springen de volgende in het oog:

  • Spraak: De articulatie van bepaalde fonemen is niet mogelijk door problemen met de lippen, tong, gehemelte, of tanden. Op hun beurt kunnen dyslalieën onzekerheid of een laag gevoel van eigenwaarde bij het kind veroorzaken.
  • Atypisch slikken: Langdurig gebruik van flessen en fopspenen draagt bij tot de ontwikkeling van een abnormaal slikmechanisme. Het kind ondersteunt de tong tussen de tanden om te slikken en compenseert de mondsluiting met de spieren.
  • Mondademhaling: Het gebruik van een fopspeen bevordert de mondademhaling, wat aanleiding geeft tot ogivale gehemeltes.
  • Verandering van de cervicaal-craniale houding: Veranderingen in de slik- en ademhalingsfuncties veroorzaken een slechte stand van hoofd en hals om de schade te compenseren. Dit beïnvloedt uiteindelijk de algemene houding.

5. Infecties

Voortdurend zuigen verhoogt de speekselproductie en dit overtollige vocht bevordert de ontwikkeling van micro-organismen in de mond.

Orale candidiasis of spruw zijn enkele van de gevaren die samengaan met langdurig gebruik van flessen en fopspenen. Ze manifesteren zich als witachtige plakkaten op de mondhoeken of op de tong.

Bovendien kan het in horizontale positie nemen van de fles of het voortdurend zuigen de werking van de buis van Eustachius beïnvloeden en kinderen predisponeren voor het ontstaan van terugkerende otitis media (Spaanse link).

Orale candidiasis of spruw zijn enkele van de gevaren die samengaan met langdurig gebruik van flessen en fopspenen

Aanbevelingen om de gevaren van langdurig gebruik van flessen en fopspenen te vermijden

Om alle gevaren van langdurig gebruik van de fles en fopspeen te vermijden, is het tijdig verwijderen van deze elementen de aangewezen oplossing. Maar in de praktijk kan dit wat moeilijk worden.

Rond de 12 maanden is het kind er klaar voor om uit een beker te drinken en niet langer de fles te gebruiken. Het oefenen van het gebruik van een beker vanaf het begin van de aanvullende voeding helpt de kleintjes om hun eerste verjaardag te bereiken met deze vaardigheid onder de knie.

Bij het gebruik van de fles kun je het beste spenen kiezen met kleine uitstroomopeningen en een lage stroomsnelheid om de orofaciale spieren te stimuleren. Bovendien voeden de kleintjes het best rechtop en niet liggend.

Het gebruik van fopspenen mag langer doorgaan, maar mag niet verder gaan dan 2 jaar. Daarom kun je beter andere manieren zoeken om het kind te kalmeren, zoals wiegen of een liedje zingen.

Denk ook aan een goede mondhygiëne

Zorg voor een goede mondhygiëne van je kind helpt ook gaatjes voorkomen. Ook moet je vermijden suiker aan drankjes toe te voegen en de spenen te zoeten. Evenmin moet je het kind te slapen leggen met de fles in de mond. Doe na de voeding een goede mondreiniging, voordat je je kleintje naar bed brengt.

In beide gevallen is het afzien van deze aanhankelijke voorwerpen die plezier en geborgenheid geven een grote uitdaging voor onze kleintjes. Daarom is het het beste om begrip te tonen en van tevoren op de nieuwe situatie te anticiperen.

Het is niet iets dat van de ene dag op de andere gebeurt en je moet geduldig zijn. Het proces met liefde en kalmte begeleiden is dus essentieel. Wellicht ook interessant voor jou

Een fopspeen gebruiken: feiten en mythes
Je bent mama
Lees het op Je bent mama
Een fopspeen gebruiken: feiten en mythes

Vanaf de geboorte kiezen veel ouders ervoor on hun baby een speentje of fopspeen te geven om hen te kalmeren en troosten op crisismomenten.



  • Sánchez, L. M., González, E. D., Florensa, S. G. T., & Marti, J. G. (2000, January). Uso del chupete: beneficios y riesgos. In Anales de Pediatría (Vol. 53, No. 6, pp. 580-585). Elsevier Doyma.
  • Cahuana, A., Palma, C., González, Y., & Palacios, E. (2016). Salud bucodental materno-infantil.¿ Podemos mejorarla?. Matronas profesión. Matronas Prof17(1), 12-19.
  • Bryson, T. P. (2021). El abecé del recién nacido: Una guía esencial que responde a las principales dudas y preocupaciones de la crianza de bebés y niños pequeños. ALBA Editorial.
  • Revelo Navarrete, C. E. (2019). Prevalencia y severidad de caries de la primera infancia y sus factores de riesgo en niños de edad preescolar (Bachelor’s thesis, Quito: UCE).
  • Claros Navarrete, S. D. (2021). Prevalencia de caries de biberón (Bachelor’s thesis, Universidad de Guayaquil. Facultad Piloto de Odontología).
  • Campoverde, L. A. G., Soto, A. R., & Cantero, L. S. (2020). Factores de riesgo de la malocusión. Medicentro Electrónica24(4), 753-766.
  • Illescas, M. V. L., Soto, A. R., & González, B. G. (2019). Maloclusiones dentarias y su relación con los hábitos bucales lesivos. Revista Cubana de Estomatología56(2), 1-14.
  • Suasnavas Pazmiño, P. F. (2021). Relación entre el tipo de lactancia y la succión no nutritiva con la maloclusión en la primera infancia. Revisión de literatura (Doctoral dissertation, Quito: Universidad Hemisferios 2021).
  • Moscardó, M. F. B. (2019). Relación de la maloclusión con los hábitos de succión nutritivos y no nutritivos (Doctoral dissertation, Universidad de Alcalá).