Alles wat je moet weten over babypraat

14 februari, 2020
Ouders hebben de neiging hun taalgebruik aan te passen wanneer ze met kinderen praten. Dit fenomeen staat bekend als babypraat. Lees dit artikel om er meer over te weten te komen.
 

Je hebt waarschijnlijk gemerkt hoe volwassenen met baby’s en jonge kinderen praten. Ze veranderen hun intonatie en expressiviteit, een fenomeen dat bekend staat als babypraat. In dit artikel zullen we daarom alles vertellen wat je over babypraat moet weten.

Het is belangrijk om te onthouden dat taal een vaardigheid is die kinderen zich geleidelijk aan over een aantal jaren ontwikkelen. In dit opzicht is de manier waarop ouders zich uitdrukken bij hun kinderen dus een belangrijke factor bij het verwerven en leren van spraak.

“Leren is als een toren, je moet het stap voor stap opbouwen.”
– Lev Vygotsky

Kenmerken van babypraat

Babypraat verwijst naar hoe volwassenen en zelfs kinderen ouder dan zes jaar hun taal aanpassen wanneer ze met jonge kinderen communiceren. Deze manier om zich uit te drukken wordt gekenmerkt door de modulatie van drie basisaspecten van gesproken taal, namelijk:

  • Duur
  • Intensiteit
  • Frequentie

Volgens logopedist Marc Monfort zijn de essentiële kenmerken van babypraat als volgt:

  • Langzaam tempo.
  • Hoge stem.
  • Goed gedefinieerde uitspraak.
  • Expressieve intonatie.
  • Korte en eenvoudige zinnen.
  • Redundantie, waarbij vaak een deel of alle verklaringen worden herhaald.
  • Beperkt aantal woorden, meestal de eenvoudigste formule kiezen en ook verkleinwoorden gebruiken.
  • Continue verwijzingen naar de context.
  • Non-verbale taal, met gebaren en nabootsing van bijbehorende gesproken taal.

“Volwassenen moeten zich aanpassen aan kinderen, niet andersom. Maak communicatie met hen gemakkelijk en eenvoudig. Zorg ervoor dat ze je begrijpen.”

 

Wat je moet weten over babypraat: de doelen

Moeder praat met haar baby

Het gebruik van babypraat dient dus om de taal aan te passen aan de bijzonderheden en het evolutietempo van de kleintjes. Als zodanig ontvangen ze overvloedige, geschikte en gevarieerde taalvoorbeelden.

De aanpassingen dienen het doel van het creëren van effectief en communicatief begrip bij het kind. Ze biededn daardoor elementaire hulp bij het imiteren en leren van gesproken taal.

Zoals eerder vermeld, wordt er meestal eenvoudig en langzaam met kinderen gesproken, waarbij speciale aandacht aan uitspraak en woordenschat wordt besteed. Hierdoor kan het kind dus meer aandacht besteden en wordt het begin en de voortzetting van lange en interessante gesprekken vergemakkelijkt.

Andere richtlijnen voor het praten met kinderen

Wat je moet weten over babypraat
 

Ouders moeten dus speciale aandacht besteden aan de manier waarop ze met kinderen communiceren. Met hen praten is zeer heilzaam en verrijkend, vooral in de vroege stadia van ontwikkeling.

Naast babypraat zijn er ook tal van andere strategieën om toe te passen om met maximale effectiviteit met kinderen te praten.

Sommige van deze richtlijnen voor het stimuleren van taalgebruik bij baby’s en jonge kinderen zijn onder andere:

  • Buig naar de hoogte van het kind en maak vervolgens oogcontact.
  • Neem speelmomenten op waarin het vermogen van het kind tot gesproken taal en luisteren wordt gebruikt.
  • Leer en reciteer kinderliedjes.
  • Betrek het kind bij dagelijkse activiteiten, zoals naar de supermarkt gaan.
  • Luister actief, herhaal en herformuleer vervolgens wat het kind heeft geprobeerd te zeggen.
  • Gebruik positieve bekrachtiging.

Wat je moet weten over babypraat: conclusie

Gesproken taal is een natuurlijke vaardigheid die is verworven door een reeks communicatieve uitwisselingen met de omgeving vanaf de geboorte. In het bijzonder leren kinderen praten door naar hun familieleden, vooral hun ouders te luisteren.

“Het niveau van verbaal begrip en expressie van een kind is een bepalende factor in zijn of haar persoonlijke ontwikkeling, sociale integratie en natuurlijk, academisch succes.”
– Marc Monfort-

Uiteindelijk is dit de reden waarom het gebruik van babypraat en andere vormen van positieve communicatiepatronen met jonge kinderen zo belangrijk is.

 
  • Díez-Itza, E. (1993). Variaciones tonales en el habla a los niños y adquisición del lenguaje. Estudios de Psicología14(50), 33-47.
  • Monfort, M. (2001). El niño que habla. Madrid: Cepe.