Wil jij moeder worden na je 40e, lees dan hier wat je moet weten

Moeder worden na je 40e is een steeds vaker voorkomende beslissing. Je moet echter de gevolgen kennen die het met zich mee kan brengen.
Wil jij moeder worden na je 40e, lees dan hier wat je moet weten

Laatste update: 20 november, 2021

Moeder worden na je 40e is een verschijnsel dat steeds vaker voorkomt. Veel vrouwen besluiten namelijk eerst hun professionele doelen te vervullen voor ze aan het moederschap beginnen. Maar is het veilig om na deze leeftijd een zwangerschap tegemoet te zien?

Hoewel het waar is dat de vervulling van persoonlijke wensen erg belangrijk is, is het uitvoeren van een gezonde zwangerschap ook erg belangrijk. Daarom kan te lang uitstellen van deze fase de kans op een natuurlijke conceptie verkleinen en het risico op bepaalde verloskundige complicaties vergroten.

De wetenschap heeft belangrijke vooruitgang geboekt op het gebied van vruchtbaarheid. Het is echter toch belangrijk om de risico’s en voordelen van moeder worden na je veertigste tegen elkaar af te wegen. Hier is alles wat je moet weten!

De risico’s van moeder worden na je 40e

Na je 35e begint het lichaam van een vrouw met het verouderingsproces. Na je 40e wordt dit nog sterker.

Behalve de huid verslechteren ook de vrouwelijke voortplantingsorganen, de hormonen en alle weefsels die bij de zwangerschap betrokken zijn geleidelijk. Dit heeft tot gevolg dat het moeilijker wordt een gezonde zwangerschap uit te voeren. Ook verdubbelt na de leeftijd van 40 jaar het risico op een miskraam vergeleken met dat van een vrouw tussen 20 en 30 jaar.

De laatste decennia is er echter een aanzienlijke toename van het aantal vrouwen dat het krijgen van kinderen uitstelt. Volgens een studie die in 2019 door de Centers for Disease Control and Prevention gepubliceerd werd (Engelse link), neemt het aantal zwangerschappen na de leeftijd van 40 jaar jaar na jaar met 3% toe.

De wetenschappelijke vooruitgang lijkt dus een pauze te bieden aan vrouwen die deze fase willen uitstellen. Er zijn echter enkele risico’s verbonden aan deze beslissing waarvan je je bewust moet zijn. We bespreken ze hieronder in detail.

Moeder worden na je 40e: onvruchtbaarheid

Moeder worden na je 40e

Met de jaren neemt de productie van zwangerschapshormonen af. Dit maakt een natuurlijke conceptie na je 40e dus moeilijker. Bovendien neemt ook de eicelreserve af. De kans om na deze leeftijd zwanger te worden schat men op ongeveer 5% per maand.

Als gevolg daarvan ondergaan veel vrouwen vruchtbaarheidsbehandelingen, maar die zijn duur, vervelend, en garanderen niet 100% een zwangerschap. En daar staat tegenover dat ze de kans op miskramen of meerlingzwangerschappen vergroten, wat in deze levensfase nogal ingewikkeld kan zijn.

Maternaal-foetale ziekten

Hoge bloeddruk, zwaarlijvigheid, zwangerschapsdiabetes, en bepaalde placentaveranderingen. Dit zijn enkele van de ziekten die vaker kunnen voorkomen bij zwangerschappen op gevorderde leeftijd. Complicaties met een hoog risico zijn onder meer zwangerschapsvergiftiging en sommige perinatale aandoeningen, zoals vroeggeboorte.

Moeder worden na je 40e: genetische afwijkingen bij de baby

Chromosomale veranderingen bij baby’s geboren uit oudere moeders zijn groter dan bij jonge moeders. Het risico dat de baby lijdt aan het syndroom van Down, sommige aangeboren hartafwijkingen of andere erfelijke ziekten neemt na de leeftijd van 40 jaar aanzienlijk toe.

Hoger percentage bevallingen met keizersnede

Zoals eerder besproken nemen placentaveranderingen, het risico op vroeggeboorte en verloskundige risico’s toe na de leeftijd van 40 jaar. Daarom bevelen veel artsen bij deze zwangere vrouwen een keizersnede aan. Dit om mogelijke complicaties bij de bevalling te voorkomen.

Minder tijd met je kinderen

Moeder zijn na je 40e heeft nog andere gevolgen die verder gaan dan de zwangerschap zelf. Denk bijvoorbeeld aan de tijd die je je hele leven met hen zult doorbrengen. In die zin is het mogelijk dat je bepaalde belangrijke fasen mist, zoals hun huwelijk, hun afstuderen, of de geboorte van je kleinkinderen.

Bovendien komen vanaf je 40e sommige aandoeningen in je gezondheid voor en word je sneller moe.

Moeilijkheden bij het ouderschap

Het verzorgen van een baby kost tijd en veel energie, vooral in de eerste levensjaren. Na je 40e begint de dagelijkse kracht af te nemen en treedt er vaker vermoeidheid op, waardoor het nog moeilijker wordt om een baby bij te houden.

Zo kan het ook moeilijker zijn om moeder te zijn van een tiener als je tussen de 50 en 60 jaar bent. Bedenk dat de adolescentie een ingewikkelde leeftijd is en dat het leeftijdsverschil een grote invloed kan hebben.

Gebrek aan grootouders

Hoewel dit een punt is waar meestal niet aan gedacht wordt, spelen grootouders een heel belangrijke rol in de opvoeding en het onderwijs van kinderen. Maar als het moederschap wordt uitgesteld, wordt de kinderen het genot van deze relatie ontnomen.

Borstkanker

Als een vrouw na haar dertigste besluit nog geen kinderen te krijgen, neemt het risico op het ontstaan van borstkanker toe (Engelse linkI. Dit heeft te maken met de anatomie en rijpheid die borstcellen krijgen na zwangerschap en borstvoeding.

Vrouw doet een borstonderzoek

Evalueer alle scenario’s voordat je zwanger wordt

Zoals we gezien hebben, is er een lange lijst van risico’s waarmee je rekening moet houden voordat je kiest om na je veertigste moeder te worden. Maar de rijpheid en stabiliteit die met de leeftijd komen, kunnen de weegschaal in je voordeel doen doorslaan.



  • Baranda, N. (2014). Edad materna avanzada y morbilidad obstétrica. Evidencia medica e investigación en salud. Vol. 7, Núm. 3 • Julio-septiembre 2014 • pp 110-113.
  • Centro para el Control y la Prevención de Enfermedades (2019). Births: Provisional Data for 2018. Recuperado de: https://www.cdc.gov/nchs/data/vsrr/vsrr-007-508.pdf
  • Macias, H. (2017). Edad materna avanzada como factor de riesgo perinatal y del recién nacido. Acta médica grupo ángeles. Volumen 16, No. 2, abril-junio 2018.
  • Martinez, J. (2016). La maternidad en madres de 40 años. Revista Cubana de Salud Pública. 2016;42(3):451-458