7 tips om niet te veel te vertrouwen op straffen en belonen

· 14 juni 2018

Kinderen hebben nauwkeurige instructies nodig wanneer ze erg jong zijn. Deskundigen raden aan om niet te veel te vertrouwen op straffen en belonen.

Kinderen reageren beter op andere methodes die hun cognitieve vaardigheden ontwikkelen.

Het komt vaak voor dat kinderen worden uitgescholden wanneer ze iets verkeerd doen. We vallen vaak terug op straf om slecht gedrag te ontmoedigen.

Als onze kleintjes zich daarentegen voorbeeldig en goed gedragen willen we ze natuurlijk belonen. Dit is immers hoe we onze kinderen opvoeden.

Dit werkt tot op zekere hoogte, maar er zijn betere manieren. Hieronder gaan we in op enkele alternatieven voor de typische aanpak van straffen en belonen.

Straffen en belonen: de juiste aanpak?

Hoe vermijden we om te veel te vertrouwen op straffen en belonen?

Geen enkele ouder is er op uit om zijn kinderen op te voeden door te straffen en belonen. Desondanks doen veel ouders het uiteindelijk wel.

Dit is normaal, komt veel voor en is begrijpelijk. Ten slotte krijgen we geen handleiding mee voor onze kinderen.

Afhankelijk van het soort straf zijn er misschien geen negatieve gevolgen op lange termijn. En hoe kan een beloning nu nadelig zijn?

Sommige psychologische theorieën verklaren dat te veel vertrouwen in de aanpak van straffen en belonen het tegenovergestelde doet. Het kan namelijk precies dat gedrag versterken dat we willen vermijden.

Positieve bekrachtiging wordt niet geheel ontmoedigt. Het kan zeer effectief zijn.

Wat wel verkeerd kan lopen echter, is de manier waarop we belonen. Als er altijd een traktatie voorhanden is, gaan kinderen dit ook verwachten.

Ook straffen hangt af van de manier waarop we het doen. Discipline kan averechts werken als het te hard of niet consequent gebeurt.

Met dit in het achterhoofd raden deskundigen aan om uit te stijgen boven het straffen en belonen. Zodoende helpen we onze kinderen hun cognitieve proces te ontwikkelen.

Om deze ontwikkeling te stimuleren, zijn er bepaalde dingen die we kunnen doen:

  • Vermijd verrassingen, drastische veranderingen of improvisatie. De handelingen van je kinderen moeten altijd tot hetzelfde resultaat lijden.
  • Onderwerp je kinderen aan een test. Probeer om hen verschillende ideeën  in verband te laten brengen met nieuwe situaties. Dit moeten ze doen aan de hand van concepten die ze reeds geleerd hebben.
  • Leer je kinderen om na te denken over hun handelingen. Geef hen de ruimte om dit te doen zonder ze onder druk te zetten.
  • Benut ieder moment om je kinderen vragen te stellen. Luister naar hun antwoorden en geef hen positieve feedback.
  • Als je kleine veranderingen doorvoert, probeer dit dan geleidelijk aan te doen.
  • Pas jouw manier van denken aan aan die van je kinderen. Probeer hun gedachtegang niet te vergelijken met jouw gevorderde gedachtegang.
  • Moedig experimenteren aan. Maar ook zaken als vallen en opstaan en dingen verkennen.

Goed gedrag ontwikkelen volgens hun vaardigheden

Probeer te begrijpen dat ieder kind anders is en op zijn eigen tempo leert. Zo kunnen we heel wat kopzorgen vermijden.

Wat we soms beschouwen als slecht gedrag bij kinderen, maakt gewoon deel uit van de ontwikkeling van hun eigen persoonlijkheid. In dat geval is het niet altijd een goed idee om hen te straffen.

Een moeder straft haar dochter

Slecht gedrag corrigeren en goed bedrag belonen kan allebei averechts werken.

Deskundigen beschouwen het gedrag van kinderen als relatief stabiel. Anders gezegd, ze gedragen zich volgens hun leeftijd en binnen hun vermogen.

Tussenkomst van ouders, of het nu positief of negatief is, kan onnodig zijn. 

Het beste wat we kunnen doen, is om kinderen hun hersencellen te laten werken. Vele psychologen geloven dat kinderen zich kunnen aanpassen aan hun omgeving. 

Kinderen nemen goede gewoontes over vanuit hun omgeving. Maar ook van mensen om hen heen. Dat betekent dat als ouders een omgeving creëren naar hun eigen criteria, de kinderen zich hierop zullen aanpassen.

Evenwichtig gedrag bij kinderen zal altijd afhangen van minstens twee factoren.

Ten eerste de evolutie van hun cognitief proces. Ten tweede hoe ze zich aanpassen aan hun omgeving.

Met dit in gedachten zou de tussenkomst van ouders zich in de eerste plaats moeten concentreren op de cognitieve ontwikkeling. Later moet dit gaan over het creëren van een geschikte omgeving om positief gedrag te stimuleren.